Ik ben wie ik ben

Tekst: Margriet Kempeneers

Niet zo heel lang geleden liep ik als een klein, stil vogeltje rond. Iemand die het liefst helemaal achterin de rij aansloot en met niemand praatte. Te bang om mensen aan te kijken, te bang om gezien te worden. Ik was onzeker over mezelf; ik was immers lelijk, niet geliefd, eenzaam en niemand zou ik dichtbij kunnen laten, want dan zouden ze zien wie ik werkelijk was. Ik wist zeker dat niemand dat zou willen zien, dus hield ik het verborgen, diep weggestopt in de duisternis. Er is maar een iemand die ik vertrouw en dat ben ikzelf... 

Ik ben opgegroeid in een standaard gezin: een vader, moeder, een broer en twee zussen. Mijn vader werkte altijd erg hard om brood op de plank te krijgen en mijn moeder stond grotendeels alleen in de opvoeding. Ik had dan ook het gevoel dat ik mijn vader niet kende, hij was immers meer van huis dan thuis. Ik voelde mij gekwetst door hem, ik had een vader nodig die mij zag staan en van me hield, iemand die trots op mij was. Het huwelijk tussen mijn ouders was niet goed en dat voelde ik op mijn schouders drukken als oudste dochter van het gezin. Ik wilde de boel bijelkaar houden, er voor mijn moeder zijn als zij het even niet meer aan kon. Maar ik kon het zelf ook niet meer aan... Op mijn tiende werd ontdekt dat ik een zeldzame vorm van reuma had. Hier zou ik de rest van mijn leven last van hebben. Ik moest ermee leren leven en zware pijnbestrijding slikken. Ik zou geen kinderen kunnen krijgen en niet oud worden. Een dubbele last die ik met mij meedroeg.

Lees hier het hele verhaal